U bent hier:

Van uitstoot naar bevoegdheid

05/07/2026

Het aantal rechtszaken over klimaatverandering blijft wereldwijd toenemen. Uit een rapport van UN Environment Programme (UNEP) blijkt dat in juni 2025 in totaal 3.099 klimaatprocedures aanhangig waren in 55 verschillende jurisdicties.[1] In Nederland staat de teller volgens het onderzoek op 15.[2] De uitstoot van broeikasgassen leidt wereldwijd tot veranderingen in het klimaatsysteem, waaronder zeespiegelstijgingen, droogte, overstromingen en andere extreme weersomstandigheden.[3] Deze ontwikkelingen kunnen aanzienlijke schade aan personen of zaken veroorzaken.[4]

Klimaatschadezaken kenmerken zich door een lange keten van gebeurtenissen. De uitstoot van broeikasgassen leidt eerst tot veranderingen in de atmosfeer en het klimaatsysteem, waarna pas op een later moment schade aan personen of zaken ontstaat.[5] Aangezien klimaatschade zich overal ter wereld kan voordoen, rijst de vraag welke rechter is bevoegd?

 

 

 

 

Het Erfolgsort: waar treedt de schade in?

Volgens artikel 7 lid 2 van de Brussel I-bis Verordening kan een gelaedeerde een procedure starten bij de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. Sinds het klassieke Bier/Mines de Potasse-arrest omvat de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan’, onder meer de plaats waar de schade is ingetreden, het Erfolgsort.[6] Maar juist bij klimaatschade roept de bepaling van het Erfolgsort vragen op. Wanneer begint de juridisch relevante schade? Is dat al bij klimaatverandering zelf, of pas wanneer iemand daadwerkelijk schade aan zijn woning of gezondheid lijdt?

 

De visie van Lehmann en Eichel

De Duitse auteurs Lehmann en Eichel laten zich als één van de weinigen in de literatuur uit over de toepassing van het Erfolgsort bij klimaatschadezaken. Zij maken daarbij een onderscheid tussen directe en rechtstreekse schade binnen klimaatschade.[7] Volgens hen kan individueel geleden schade, bestaande uit persoons- of zaakschade, niet als rechtstreekse schade worden aangemerkt. Daaraan leggen zij ten grondslag dat tussen de uitstoot van broeikasgassen door de gedaagde en de uiteindelijk door de gelaedeerde geleden schade, verschillende tussenliggende gebeurtenissen bestaan.[8]

Volgens Lehmann en Eichel draagt de uitstoot van broeikasgassen eerst bij aan de opwarming van de aarde. Deze opwarming leidt vervolgens tot veranderingen in het klimaatsysteem, zoals het smelten van gletsjers, droogte of zeespiegelstijgingen. Pas als gevolg van deze klimaatveranderingen kan schade ontstaan aan personen of zaken.[9] De door de gelaedeerde geleden schade vloeit volgens hen daarom niet rechtstreeks voort uit de uitstoot van de gedaagde, maar uit de tussenliggende gevolgen van klimaatverandering.[10] Lehmann en Eichel kwalificeren individueel geleden klimaatschade daarom als indirecte schade. Volgens hen valt deze schade daarmee buiten de reikwijdte van het Erfolgsort. Dit betekent volgens de auteurs dat de rechtsbevoegdheid niet kan worden gebaseerd op het Erfolgsort wanneer een gelaedeerde een vordering tot schadevergoeding instelt voor individueel geleden klimaatschade. [11]

 

Wat zegt het Hof van Justitie van de Europese Unie?

Om te beoordelen of de visie van Lehmann en Eichel verenigbaar is met de rechtspraak van het Hof, zijn er een aantal arresten geanalyseerd, waaronder Bier/Mines de Potasse, Dumez, Marinari, Kronhofer en Lazar. Uit de analyse blijkt dat het Hof geen algemeen criterium formuleert voor de bepaling van de rechtstreekse schade, wel valt een duidelijke lijn te herkennen. In het Dumez-arrest acht het Hof de schade van de moedermaatschappijen niet relevant omdat deze voortvloeit uit eerder door hun dochtermaatschappijen geleden schade. In het Marinari-arrest wordt de vermogensschade niet relevant geacht die het gevolg is van reeds in een andere lidstaat ingetreden schade. In Kronhofer oordeelt het Hof dat de plaats waar de financiële gevolgen van een verlies worden gevoeld niet bepalend zijn voor het Erfolgsort. Ten slotte kwalificeert het Hof in Lazar de materiële en immateriële schade van de nabestaande als indirecte gevolgen van het verkeersongeval. Uit deze analyse lijkt te kunnen worden geconcludeerd dat het Hof telkens schade uitsluit voor de toepassing van het Erfolgsort die pas ontstaat nadat eerdere schade zich heeft voorgedaan. Het Hof lijkt echter geen algemeen criterium te hanteren aan de hand waarvan worden vastgesteld wanneer schade als rechtstreeks schade moet worden aangemerkt. Juist hierin ligt de kern van de problematiek die in deze blog centraal staat.

Toetsing van de opvattingen van Lehmann & Eichel op de rechtspraak van het Hof
Lehmann en Eichel betogen dat de uiteindelijke personen- of zaakschade bij klimaatschadezaken niet als rechtstreekse schade kan worden aangemerkt. Immers zijn de auteurs van mening dat niet de uitstoot van broeikasgassen leidt tot schade, maar de tussenliggende gevolgen van klimaatverandering. De individuele klimaatschade moet volgens hen daarom als indirecte schade worden aangemerkt. [12]

Deze opvatting lijkt echter moeilijk verenigbaar met de rechtspraak van het Hof. Dat blijkt onder meer uit het Bier/Mines de Potasse-arrest. Ook in die zaak bevonden zich verschillende gebeurtenissen tussen de lozing van afvalzouten en de uiteindelijke schade aan de gewassen. Toch vormden deze tussenliggende schakels voor het Hof geen belemmering om Nederland als het Erfolgsort aan te merken. Uit het arrest volgt daarmee niet dat het bestaan van meerdere gebeurtenissen in een schadeketen ertoe leidt dat de uiteindelijke schade slechts indirect is.[13]

 

Daarnaast lijken de auteurs de rechtstreekse schade te verplaatsen naar een eerder stadium in de schadeketen, namelijk de aantasting van het klimaat, het milieu of andere milieugoederen.[14] Daarin schuilt echter een fundamenteel probleem. Indien de rechtstreekse schade volgens de auteurs bestaat uit een aantasting van het klimaat, het milieu of andere milieugoederen, rijst de vraag aan welk rechtssubject deze schade kan worden toegerekend in juridische zin. Het klimaat en het milieu bezitten immers geen rechtspersoonlijkheid en kunnen binnen het klassieke privaatrecht niet zelfstandig als dragers van rechten, plichten of schade worden aangemerkt.[15] Het is daarom niet zonder meer duidelijk hoe een aantasting van het klimaat of het milieu als zelfstandige schadepost kan functioneren, indien deze niet aan een rechtssubject kan worden toegerekend. De opvatting van Lehmann en Eichel lijkt daarmee niet verenigbaar met het traditionele privaatrechtelijk schadebegrip, omdat zij de rechtstreekse schade lijken te situeren op een niveau waarop niet duidelijk is wie de schade in juridische zin lijdt.

 

Conclusie
Klimaatschade stelt het internationale bevoegdheidsrecht voor nieuwe uitdagingen. Hoewel de opvattingen van Lehmann en Eichel een interessante poging vormen om het Erfolgsort toe te passen op complexe schadeketens, lijkt de huidige rechtspraak van het Hof daarvoor geen steun te bieden. De bestaande jurisprudentie verduidelijkt vooral welke schade niet als rechtstreekse schade geldt, maar geeft geen algemeen criterium voor gevallen waarin schade via een complexe causale keten ontstaat.

Zolang het Hof zich niet expliciet uitlaat over de toepassing van het Erfolgsort bij klimaatschadezaken, blijft onduidelijk waar de rechtstreekse schade moet worden gelokaliseerd. Daarmee zal deze vraag naar verwachting een belangrijk onderwerp blijven binnen het internationaal privaatrecht.

 

 

[1] United Nations Environment Programme, Climate change in the courtroom, Trends, impacts and emerging lessons, Nairobi: United Nations Environment Programme 2025, p. 8

[2] United Nations Environment Programme, Climate change in the courtroom, Trends, impacts and emerging lessons, Nairobi: United Nations Environment Programme 2025, p. 6

[3] Intergovernmental Panel on Climate Change, Climate Change 2023 Synthesis Report, Geneva, Zwitserland: Intergovernmental Panel on Climate Change 2023, p. 51.

[4] Intergovernmental Panel on Climate Change, Climate Change 2023 Synthesis Report, Geneva, Zwitserland: Intergovernmental Panel on Climate Change 2023, p. 50; Autoriteit Financiële Markten 2021, De invloed van klimaatverandering op schadeverzekeringen. Aandachtspunten voor consumenten en ondernemers. Amsterdam: Autoriteit Financiële Markten 2021, p. 3

[5] Intergovernmental Panel on Climate Change, Climate Change 2023 Synthesis Report, Geneva, Zwitserland: Intergovernmental Panel on Climate Change 2023, p. 41-43.

[6] HvJ EU, 30 november 1976, C-21/76, ECLI:EU:C:1977:166 (Handelskwekerij G.J. Bier BV/Mines de Potasse d’Alsace SA), punt 14.

[7] M. Lehamnn & F. Eichel, ‘Globalar Klimawandel und Internationales Privatrecht. Zuständigkeit und anzuwendendes Recht für transnationale Klagen wegen klimawandelbedingter Individualschäden’, Rabels Zeitschrift für ausländisches und internationales Privatrecht 2019, afl 1, p. 94.

[8] M. Lehamnn & F. Eichel, ‘Globalar Klimawandel und Internationales Privatrecht. Zuständigkeit und anzuwendendes Recht für transnationale Klagen wegen klimawandelbedingter Individualschäden’, Rabels Zeitschrift für ausländisches und internationales Privatrecht 2019, afl 1, p. 93-95.

[9] M. Lehamnn & F. Eichel, ‘Globalar Klimawandel und Internationales Privatrecht. Zuständigkeit und anzuwendendes Recht für transnationale Klagen wegen klimawandelbedingter Individualschäden’, Rabels Zeitschrift für ausländisches und internationales Privatrecht 2019, afl 1, p. 79-80.

[10] M. Lehamnn & F. Eichel, ‘Globalar Klimawandel und Internationales Privatrecht. Zuständigkeit und anzuwendendes Recht für transnationale Klagen wegen klimawandelbedingter Individualschäden’, Rabels Zeitschrift für ausländisches und internationales Privatrecht 2019, afl 1, p. 94.

[11] M. Lehamnn & F. Eichel, ‘Globalar Klimawandel und Internationales Privatrecht. Zuständigkeit und anzuwendendes Recht für transnationale Klagen wegen klimawandelbedingter Individualschäden’, Rabels Zeitschrift für ausländisches und internationales Privatrecht 2019, afl 1, p. 108.

 

[12] M. Lehamnn & F. Eichel, ‘Globalar Klimawandel und Internationales Privatrecht. Zuständigkeit und anzuwendendes Recht für transnationale Klagen wegen klimawandelbedingter Individualschäden’, Rabels Zeitschrift für ausländisches und internationales Privatrecht 2019, afl 1, p. 94.

[13] HvJ EG, 30 november 1976, C-21/76, ECLI:EU:C:1977:166 (Handelskwekerij G.J. Bier BV/Mines de Potasse d’Alsace SA).

[14] M. Lehamnn & F. Eichel, ‘Globalar Klimawandel und Internationales Privatrecht. Zuständigkeit und anzuwendendes Recht für transnationale Klagen wegen klimawandelbedingter Individualschäden’, Rabels Zeitschrift für ausländisches und internationales Privatrecht 2019, afl 1, p. 94.

[15] F.J. van Ommeren, ‘Het gesloten systeem van rechtspersonen’, in: T. Barkhuysen e.a. (red.),  25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid, Deventer: Wolters Kluwer 2019, par. 26.8.

 

  • Kennedy Van der Laan
  • Van Doorne
  • Pels Rijcken
  • De Brauw Blackstone Westbroek
  • Wijn & Stael
  • DLA Piper
  • Stibbe
  • AKD